Hope North biedt een toekomst aan jonge slachtoffers van de burgeroorlog in Uganda. Weeskinderen en ex-kindsoldaten krijgen bij ons onderwijs, onderdak en traumabehandeling. Maar bovenal leiden wij ze op tot stichters van vrede en ontwikkeling. lees meer...

Steun ons... 

 

Geschiedenis Hope North

De situatie in Noord-Uganda 

Het noorden van Uganda is economisch, cultureel en geografisch altijd enigszins gescheiden geweest van de rest van het land. Vóór de onafhankelijkheid in 1962 diende het noorden vooral als reservoir voor goedkope arbeidskrachten en soldaten voor het leger. In de eerste periode van de onafhankelijkheid heerste veel stammenstrijd en bloedvergieten. De jaren van dictator Amin waren voor heel Uganda een verschrikking, maar de Acholi en Langibevolking van Noord-Uganda heeft toch wel het meeste geleden onder zijn schrikbewind.

Na de verdrijving van Amin volgden een aantal roerige jaren, resulterend in de opkomst van Museveni als president in 1986. Voor het noorden was daarmee de ellende niet voorbij. De onderdrukking en het moorden duurden voort. Het lijden van de bevolking werd verergerd door de opkomst van Alice Lakwena's “Leger van de Heilige Geest”. In 1989 nam de “Lords Resistance Army” van Joseph Kony de macht over. Al spoedig keerde dit LRA zich tegen de plattelandsbevolking van het noorden. Kinderen werden ingelijfd als kindsoldaten, velen werden vermoord, dorpen werden verwoest. De bevolking vluchtte naar de steden of kwam terecht in vluchtelingenkampen. In de tijd trokken elke nacht 25.000 kinderen de stad Gulu in, op zoek naar een slaapplaats om 's nachts uit handen te blijven van de LRA.

Deze situatie duurde tot 2008, het jaar waarin het conflict in Noord-Uganda formeel tot een einde kwam. De vluchtelingenkampen zijn opgeheven, maar veel mensen zijn blijven hangen in de steden en niet teruggekeerd naar hun dorpen. Hoewel de situatie nu veilig lijkt, is er nog een groot gebrek aan vertrouwen. Het zal nog jaren duren voordat de situatie weer min of meer normaal wordt. De uitdagingen zijn groot en talrijk. Veel van de kindsoldaten zijn teruggekeerd naar huis en moeten weer re-integreren in de gemeenschappen die ze (gedwongen) hebben geterroriseerd.

De gemeenschap zelf worstelt intussen met de eigen problemen. Gedurende bijna twintig jaar zat een groot deel van de bevolking in kampen of woonde in krotten in de steden, levend van voedsel, uitgedeeld door de hulporganisaties, niet in staat om zelf in het levensonderhoud te voorzien. Tegelijkertijd verbrokkelden hun huizen. Meubels werden opgegeten door termieten, veldjes verdwenen onder het oprukkende oerwoud, grensmarkeringen verdwenen. Voor velen is het niet eenvoudig terug te keren naar de toestand van twintig jaar geleden, er is een grote psychische barrière, veroorzaakt door de permanente onveiligheid en de opgelopen trauma's.

De jongeren die in deze periode zijn opgegroeid missen veelal de beschermende effecten van het opgroeien in een stabiele culturele omgeving. Als resultaat hiervan zijn veel jongeren losgeslagen. Zwangerschappen op jonge leeftijd, alcoholisme, drugsgebruik en massale werkeloosheid maken de vooruitzichten niet rooskleurig. 

Het begon met een school

In deze situatie is Sam Okello in 2004 begonnen met Hope North in de buurt van Bweyale, ten zuiden van de Nijl. In dit relatief veilige gebied heeft hij een school voor secundair onderwijs en beroepsonderwijs gesticht voor kansarme kinderen uit het noorden, overwegend ex-kindsoldaten en weeskinderen.

Vanaf het begin is de stichting O94 uit Ooij (bij Nijmegen) betrokken bij de opzet van Hope North. O94 ondersteunde de bouw en inrichting van de leslokalen, de woonverblijven, de keuken en de bakkerij. Nog steeds draagt de stichting bij in de dagelijkse kosten voor levensonderhoud en onderwijs aan de 255 jongeren op Hope North. Ook vanuit de VS wordt Hope North ondersteund. Zie ook www.hopenorth.org.

Nieuwe  ontwikkelingen 

Nu de toestand langzaam normaler wordt, ontstaan er mogelijkheden om in het gebied zelf de problemen aan te pakken. Samen met de lokale leiders van Lachoa heeft Hope North het initiatief genomen om in dit dorp bij Gulu een centrum voor beroepsopleiding en kinderopvang te beginnen. De eerst aanzet is er: we hebben een stuk land gekocht, het ontginnen kan beginnen.

Het is de bedoeling om op dit terrein te starten met korte basistrainingen voor beroepen als bouwvakker, timmerman, meubelmaker, kleermaker enzovoort. Tegelijkertijd willen we kinderopvang realiseren, met later mogelijk een school voor primair onderwijs. De ouders kunnen dan een training volgen terwijl hun kinderen opgevangen worden. Bijkomend voordeel is dat de ouders op deze manier opvoedingsvaardigheden kunnen aanleren. Aangezien ze zelf geen normale opvoeding hebben gehad, bestaat er een risico voor de opvoeding van hun eigen kinderen.

Een projectplan voor dit initiatief wordt opgesteld.